Verhaal

Maartje Molenaar, vroedvrouw te Zwartsluis

Auteur: 
Tina Speksnijder-Doosje

Onderstaand verhaal is door mevrouw T.Speksnijder-Doosje opgetekend uit de mond van mevr. H.Kuiper-v.d.Meulen. Haar schoonmoeder Maartje Molenaar was  vroedvrouw in Zwartsluis van 1900 tot 1933.

Maartje Molenaar werd geboren in Twisk in Noord-Holland op 31 oktober 1874. Ze genoot haar opleiding tot vroedvrouw aan de vroedvrouwenschool te Amsterdam, waar ze op 24-jarige leeftijd afstudeerde. De eerste twee jaren werkte ze in Hontenisse in Zeeland, daarna kwam ze naar Zwartsluis, waar ze ging wonen Achter de Wal (Handelskade) op de bovenverdieping van het pand waar nu de groentewinkel van Feenstra is gevestigd. Ze werd benoemd tot vroedvrouw in april 1900. Ze moest alle bevallingen leiden, ook bij mensen die het tarief van zeven tot negen gulden niet konden betalen. Deze mensen werden verwezen naar de gemeente voor een bewijs van onvermogen. Soms schaamden de mensen zich hiervoor en betaalden in natura, b.v. met kokosmatjes enz. Anderen moesten rechtstreeks aan de vroedvrouw betalen.

In Zwartsluis en omgeving was het slecht gesteld met de hygiëne. Een bevalling vond soms plaats op oude jutezakken. Schone doeken of lakens waren dan niet aanwezig. Ook wilden sommige kraamvrouwen niet gewassen worden, omdat ze dachten dat het slecht was. Hiertegen heeft de juffrouw (zo werd ze genoemd in de volksmond) een harde strijd moeten voeren, maar langzaam aan verbeterde de toestand. Ook het ongedierte leverde veel problemen op: Iuizen, vlooien en zelfs ratten. Zo kwam ze eens een dag na de bevalling bij de kraamvrouw kijken. Deze had haar hand in het verband. Op de vraag wat er was gebeurd kwam als antwoord, dat ze was gebeten door een rat.

Wanneer de juffrouw een bevalling had in de Nieuwesluis en de brug toevallig openstond, vroeg de brugwachter haar of er haast bij was. Zo ja, dan ging de brug naar beneden, de schippers moesten wachten en de juffrouw kreeg voorrang. Tot haar werkterrein behoorde niet alleen Zwartsluis, maar ook de omgeving: van het Kievitsnest (onder de rook van Hasselt) tot aan Belt-Schutsloot. Ze ging soms ook naar Genemuiden om in te vallen. Alles ging per fiets, een beige exemplaar, bij iedereen bekend. Een enkele keer, als het ijs sterk genoeg was, werd ze per slede gehaald naar Belt-Schutsloot, maar anders, weer of geen weer, ging ze op de fiets. ”Geduld overwint alles”.

Deze spreuk kreeg ze eens van ouders die dachten dat hun baby na een heel zware bevalling was overleden. Ook dokter Bolhuis was hierbij aanwezig. Hij meende hetzelfde, maar de juffrouw dacht er anders over en na uren met het kind te zijn bezig geweest (kunstmatige beademing etc.) kwam het kleintje toch weer "tot leven”.

In 1902 is Maartje Molenaar getrouwd met Peter Kuiper. Deze kreeg toen een timmerwerkplaats in het Buitenkwartier. Maartje en Peter kregen twee zoons. Na 33 jaar trouwe dienst, waarin ze ca. 2500 baby’s ”haalde" ging ze met pensioen. Als dank kreeg ze van de gemeente een mooi ontbijt-eetservies. Het is nog in het bezit van de familie. Haar pensioen bedroeg f 7.-. Na veel geharrewar werd dit later f 9.-. Kraamhulpen uit haar arbeidsperiode waren o.a. mevrouw Zwiers, mevrouw Flarte, mevrouw van de Wetering. Maartje Molenaar overleed op 6 juni 1955, na 17 jaar bij haar jongste zoon en schoondochter te hebben ingewoond.

*Dit verhaal is eerder gepubliceerd in de Sluziger Kroniek nr. 8, april 1993.

Reacties