Verhaal

Graaf Aremberg schonk een dure gracht

Auteur: 
Henk Pol

Johan de Ligne, graaf van Aremberg (aan de Ahr in Duitsland) baron van Barbonson, ridder van het Gulden Vlies, was lid van de Raad van Staten van Overijssel, Stadhouder van Overijssel, Groningen, Drenthe (1549-1568). Het slot te Wedde was een van zijn residenties. Ook vertoefde hij veelal op het kasteel te Vollenhove, hierdoor kon hij zich persoonlijk op de hoogte stellen van de omstandigheden in deze streken.

Hij had hier vele bezittingen, hij interesseerde zich voor de ontwikkeling van de Noordwesthoek van Overijssel. In zijn ambtsperiode liet hij op eigen kosten waterwerken uitvoeren in en om Blokzijl.

Doordat de Giethoornse veenderijen gestaag in omvang toenamen werd het zeer gewenst geacht dat er een betere verbinding tot stand gebracht zou worden met de zee. Hij liet uit eigen middelen een kanaal graven vanaf de Steenwijker Aa bij het gehucht Muggebeet, meer zuidelijk van de bestaande vaart, welk kanaal bij Blokzijl in zee uitmondde.

Aremberg liet verder een gracht graven, door zijn bezittingen in het veen, tussen Blokzijl en Zwartsluis (de Wieden zijn van een latere datum). Met het graven van deze gracht werd in 1564 een aanvang gemaakt, de Veneweg was tot dan toe een waterscheiding geweest tussen de diverse schoutambten, derhalve moest er bij Ronduite niet alleen een brug komen maar ook een sluis. Om de handel in Blokzijl niet te veel te benadelen was er een overeenkomst gesloten dat zowel de brug in de Veneweg als die in de dijk bij Zwartsluis vaste bruggen zouden zijn, dus alleen toegankelijk voor schepen waarvan de mast gestreken kon worden.

In 1568 sneuvelde Aremberg in het gevecht tegen de troepen van Adolf van Nassau bij Heiligerlee, ook Adolf sneuvelde en hiermee begon er een periode van 80 jaar waarin de strijd om vrijheid zou worden beslist. Bij de dood van Aremberg was de gracht nog lang niet klaar, ook kwam het gebied waardoor de gracht liep, binnen het rayon der strijdende partijen hetgeen niet bevorderlijk was voor de gang van zaken. De drost van Genemuiden ”Unia” en pandhouder van Arembergse goederen beklaagde deze gang van zaken, maar ook de weduwe van de graaf schreef een brief die in een vergadering van 14 juni 1577 werd behandeld en waarin om voortzetting werd gevraagd van het plan de verbinding tot stand te brengen, binnendoor naar Friesland, ook al omdat de Zuiderzee onveilig werd door het optreden van de watergeuzen. Het werd zelfs zo, dat door de Pontiana-vloed van 1610 het verkeer op de gracht onmogelijk werd.

Bij contract van 26 oktober 1615 werd een corporatie, die later tot in de 20e eeuw bekend werd onder de naam van “participanten van de Aremberger-schutsluis en aanhorigheden”, koopster en eigenares van in het kwartier van Vollenhove gelegen Arembergse goederen.

De oude Arembergersluis was in 1615 door storm vernield, met toestemming van de ridderschap en steden van Overijssel (die toen de dienst uitmaakten) werd in 1616 de sluis vernieuwd. De vaste bruggen van Ronduite en Zwartsluis werden respectievelijk in 1818 en 1826 met wettige vergunning omgebouwd tot ophaalbruggen. Door de ligging van de Arembergerschutsluis ontstond al dadelijk een aanwas van scheepvaart en enige vestiging van neringdoenden. Zij bracht op de duur welvaart in het Lageland door toevoerbedrijven en scheepstimmerwerven.

Vooral na 1675 toen de handel zich verplaatste van Blokzijl naar Zwartsluis omdat het veen in het achterland opraakte en er sprake was van het verzanden van de haven.

In 1825 was de Arembergerschutsluis nodig aan renovatie toe, bij die gelegenheid werd de eerste steen gelegd door Wilhelmus van Setten, de oudste zoon van J. van Setten oud-burgemeester van Zwartsluis en rentmeester der sluis en onderhorige goederen.

In de loop der jaren was er af en toe sprake van het opheffen van de Arembergerschutsluis, zo was er in 1926 een plan om een kanaal te graven van Steenwijk naar Smilde waardoor de Arembergegracht buiten de vaarroute zou komen te liggen. De Aremberschutsluis werd daartoe door de provincie opgekocht met het doel om deze sluis te slopen, hiertegen kwam van verschillende zijden verzet o.a. van Zwartsluis dat wees op het passeren van ongeveer 6000 schepen per jaar door zijn drie sluizen ,De Kolksluis en Staphorstersluis’ en van de binnenschipperij “Schuttevaer” voor een kortere en andere weg.

Ook in 1978 was de sluis weer in het geding, deze moest nodig opgeknapt worden, de vraag was, verdwijnen of opknappen, gelukkig voor Zwartsluis dreef deze bui voorbij en werd de sluis hersteld en aangepast aan de eisen van deze tijd. De Arembergerschutsluis heeft al jaren geen ophaalbrug meer maar is een vaste brug geworden, waarvan alleen de pleziervaart nog gebruik kan maken.

*Als bron voor dit artikel is gebruik gemaakt van de bundel verhalen, die wijlen de heer Beek aan onze vereniging heeft nagelaten.
**Dit artikel is eerder gepubliceerd in Sluziger Kroniek nr. 58, december 2009.

Reacties