Verhaal

Een bommenwerper crasht in Zwartsluis

Auteur: 
Henri Klomp

Op 13 november 1943 maakte een AVRO Lancaster een noodlanding in Zwartsluis, gedeeltelijk in het Meppelerdiep, tegenover de Kalkovens aan de Zomerdijk. Het toestel was al boven Bremen aangeschoten, maar wist laagvliegend onder het eskader mee te vliegen. Het vliegtuig werd boven Genemuider/Mastenbroekenpolder weer aangevallen door een Duitse jager (ME 109), waarna zoals bekend een crash volgde.

Het was mooi weer. Wij waren aan het spelen in het land van Jan van de Wetering tegenover de werf van lelie Spiekman. Ik was toen bijna 10 jaar. Wij waren helemaal niet meer zo verbaasd dat er veel vliegtuigen in de lucht waren. Ik denk dat hij als kind gauw gewend bent aan dergelijke situaties. Maar al rap hadden wij in de gaten dat er iets bijzonders te gebeuren stond toen er een grote bommenwerper vlak boven onze hoofden kwam, ik schat niet hoger dan 30 meter. Tussen de Dikkersstraat en de huizen van Appelo door, richting trekgaten en volgens mij en Frans Hoefman sprongen daar 4 bemanningsleden uit het toestel. Toen dat gebeurd was draaide het toestel rond en ging, richting Bosch en landde daar op de uiterwaarden zonder zijn landingsgestel te gebruiken en gleed het Meppelerdiep in. Maar goed, toen hij ronddraaide en geland was, was ik daar. Met wie allemaal en hoe gauw, dat weet ik niet meer.

Het was daar een drukte van belang. De bezetter had het helemaal niet meer in de hand, het was zwart van de mensen. Overal lagen mitrailleurkogels verspreid en andere rotzooi. Maar toen ik goed rondkeek, (ik was nogal klein, ik kon tussen de benen door van de mensen) zag ik daar een bemanningslid op een plank liggen met een deken over zich heen en een sigaret in de mond en vlak naast hem stond een ander bemanningslid. Ook meende ik het bootje van de Rijkswaterstaat op die plek te zien. Hoe ze erbij komen dat alle piloten ontsnapt zijn weet ik niet, want van die twee die ik gezien heb, kon er één niet meer lopen, dus was hij de pineut, en die ernaast stond ook. Tevens was er een in het Meppelerdiep terecht gekomen. Die ging naar Appelo, de scheepswerf, om onderdak en droge kleren, maar hij kwam bedrogen uit, want Appelo stuurde hem van de deur dus die viel dus in Duitse handen.

Dus het aantal bemanningsleden klopt wel: 4 boven de trekgaren (wat van die terecht gekomen is weet ik niet) 1 in het Meppelerdiep en 2 bij het toestel Later gingen wij er wel naartoe, het vliegtuig was wel eens zonder bewaking, met een roeiboot van de Baggermij Blankevoort. Die lag daar met de baggermolen niets te doen. Ik meen dat De Breejen daar de wacht had. Bob Festner nam ons ook wel eens mee, dat was de zoon van een Rijksduitser, die mocht er dan wel bij. Maar de meeste keren werden wij teruggestuurd. Die keren dat wij bij het toestel konden namen wij alles mee wat los zat, Ook veel mitrailleurkogels, waar we later niet bang meer voor waren, gingen mee. Van stukken vliegtuigglas maakten de grotere jongen ringen, die werden verkocht. Ook veel aluminium verwerkt. Hele banderollen kogels vielen in onze handen. Om de zoveel had je een kogel met een rode punt, die zetten wij dan met de punt tussen de stenen, krabden met een mesje wat fosfor los en staken dat in brand en zagen dan een mooie steekvlam. Dit was niet zonder gevaar. Omdat ze nog wel eens vochtig waren, en daarom dan niet direct branden Dus je moest altijd oppassen dat je niet met je ogen boven de kogel kwam.

Met dank aan Frans Hoefman. Wij hebben hutje mudje gedaan en zijn tot dit relaas gekomen. Er zal misschien nog wel meer of andere dingen te vertellen zijn over het vliegtuig, vergeet niet het jaren geleden is Frans Hoefman was de eerste met mijn broer Henk die bij het vliegtuig geweest zijn.' Toen was nog geen Duitser gearriveerd. Het bemanningslid dat op de wal achter het vliegtuig stond lachte tegen beide jongens. Dus dat waren de eerste ooggetuigen.

Verantwoording

* Dhr. Klomp, heeft ons zijn verslag van de crash van 13 november 1943 ter hand gesteld. Zoals hij al aangeeft is het moeilijk om na al die jaren nog een volkomen betrouwbaar overzicht  van de gebeurtenissen te geven. De heer D. Driessen die enkele verslagen onder ogen heeft gehad. Moest vaststellen dat op verschillende punten geen overeenstemming bestaat over het voorval. De heer Klomp heeft zich beijverd via de ambassade meer gegevens over het vliegtuig en zijn bemanning te krijgen, doch helaas zonder resultaat,

** De heer Spiekman uit Zwolle schreef ons naar aanleiding van het interview met Mevr. Venema-Nijmeier, waar ook de crash ook ter sprake kwam het volgende. Betreffende het neerkomen van de "Liberater' bommenwerper weet ik dat het gebeurde op een zaterdagmiddag tegen één uur. Het werk was juist afgelopen toen een achtergebleven vliegtuig dat in gevecht was met een Stuka, begon te cirkelen en vervolgens naar beneden zeilde. Met een grote bocht via Wanneperveen-Genemuiden en de achterkant van de Nieuwesluis waar nog enkele bemanningsleden met hun parachute neerkwamen, vloog de machine rakelings over de werf van de Goede en plofte midden in het Meppelerdiep ter hoogte van de Kraanerweerd. Ik en enkele werklui die naar de overkant moesten, zijn toen naar het toestel geroeid en hebben er nog drie mensen uitgehaald die, evenals de parachutisten, ook in het Staphorsterveld konden wegvluchten. Eén van de bestuurders zat echter klem en hem konden we niet bevrijden. Later is hij door de Duitsers uit het Lageland meegenomen en toen naar het Meppeler ziekenhuis vervoerd. Het toestel is later door Rijkswaterstaat met behulp van enkele werfmensen uit het vaarwater naar de wal gebracht.

*** Henri Klomp (Zwartsluis, 1934 – 2006) was een overtuigd communist en een 'eerlijk delenmens'. Klomps eerste boek Zo is het gegaan. Het oude Zwartsluis in herinneringen en verhalen (IJsselacademie, 2002) verscheen nog in het Nederlands. Voor zijn tweede boek, Mit valen en opstaon. Mien jongesjaoren in De Sluus (IJsselacademie, 2007), dat driekwart jaar na zijn plotselinge dood verscheen, koos hij zijn eigen streektaal, het 'Sluzigers'. Philomène Bloemhoff redigeerde de tekst en zegt: ‘de verhalen werden er authentieker, sprekender door.’ In de bundel schetst Klomp onder meer de eenvoudige straat waarin hij opgroeide, de mensen die daar woonden, wat hij in Zwartsluis en daarbuiten 'uitspookte' en de ouderwetse arbeidsverhoudingen tussen baas en knecht.

Reacties