Verhaal

Drinkwater halen uit het Belterwiede

Auteur: 
Dirk Driessen

Je kunt je niet meer voorstellen dat er vroeger geen waterleiding was. je gebruikt het water vaak zonder erbij na te denken voor de was, autowassen, tuinsproeien en om onszelf te wassen. Wij weten niet beter of het water komt uit de kraan en het hoort erbij.

Maar toen er nog geen waterleiding was, moest het water toch ergens vandaan komen. Je mocht blij zijn als jezelf een regenput had die het hemelwater opving of een pomp of een wel. In de steden moest het water soms gekocht worden in een water- en vuurwinkel. In Zwartsluis had men dan wel een gezamenlijke regenbak of pomp. In een droge periode moest men zeer spaarzaam met het water omgaan. In 1866 woedde er in ons land voor de zoveelste maal in die eeuw een cholera-epidemie. De kerkenraad van de Gereformeerde kerk belegde toen elke woensdagavond in deze periode een bidstond tegen wat men noemde 'de roede van God'. Het besef dat het drinken van onzuiver water er debet aan was begon pas langzaam tot de medische wetenschap door te dringen.

Als een waterput droog kwam te staan, moest het water van elders aangevoerd worden. Zo waren er in Zwartsluis ondernemende mannen die water gingen halen uit het Belterwiede. Schoon, helder water dat zo gebruikt kon worden om te drinken. Men voer dan met bokken waarin grote vaten waren gezet naar het Belterwiede toe. De vaten werden volgeschept en men ging weer naar huis toe. Een heel karwei, want je was niet zo maar bij de Belterwiede en om terug te komen met volle vaten, kwam er veel duw- en trekwerk aan te pas.

Zo gebeurde het ook eens in een droge tijd dat de putten leeg waren en dat ze water gingen halen. Men was uren bezig en dan stonden de mensen al te wachten bij de Kolksluis om een paar emmers water te kopen.

Och - en toen gebeerde het eens, dat toen men op de terugweg was, bij Beukers de lucht betrok. Hoe dichter men bij huis kwam, hoe dreigender de lucht werd. Al voorbij de eerste huizen aan de Zomerdijk wisten ze het zeker dan hun reis niet voor niets was geweest. Bij de Kolksluis plensde de regen uit de lucht. Geen rij mensen met emmers. Ze zouden wel gek zijn! Niemand? Ja, toch een die zei: Geef mi'j maar een ummer vol, want dan is oen reize toch niet veur niks e west.

Reacties