Verhaal

De geschiedenis van hotel-café-restaurant Roskam in Zwartsluis

Auteur: 
W.J. E. Schrijver

Hotel Roskam is een begrip in Zwartsluis. Het stichtingsjaar is onbekend maar moet in de zeventiende eeuw liggen. Vanaf 1753 zijn de eigenaars bekend, althans de meeste. Ze volgen hier in chronologische volgorde:

16 mei 1753 Lucas Wichers, kalkbrander, koopt van burgemeester Hilbert Kikke de halfscheid (= de helft) van een huis genaamd "De Stad Groningen", met de halfscheid van 't Bolwerk en een klein huisje daarbij behorende voor ƒ 500,-.

24 mei 1753 Kier van Raalte koopt bovenstaande van Lucas Wichers voor f 47O,-.

1767 Jan Kier van Raalte verkoopt aan Hans Monis een huis staande binnen de fortresse van Swartesluis tegenover de Kerkstraat hebbende uithangen "De Stad Groningen" voor ƒ 1100,-.

1771 Meindert Pott en Jan Timens kopen De Stad Groningen voor ƒ 1000,-. (Nog) onbekend is wat er tussen 1771 en 1864 met het hotel is gebeurd.

Op een kaart van Waterstaat uit 1836 staat vermeld: Logement van de Erven van Zomer. Het Zwartewater stroomde er toen nog vlak langs. In 1864 kocht de familie Schrijvers het hotel.

In 1917 kocht Jan ter Haar uit Nijeveen het hotel. Hij was een echte paardenliefhebber - de stal en het koetshuis dat naast het hotel eens was bijgebouwd, bleven nog lang in functie. Boven het koetshuis was een grote zaal, welke gebruikt werd voor feestelijkheden. Aan de achterkant van het café bevond zich een houten veranda die later werd gebruikt voor opslag. Achter het café liep de trambaan van de Mij. Zwolle-Blokzijl en er was een klein rangeerterrein met opslag van materiaal en spoorbiels.

Op 20 augustus 1934 verkocht de familie ter Haar het hotel "De Stad Groningen” aan Neekus Roskam, bierbottelaar en visverkoper te Zwartsluis, gewoond hebbende vlak bij de Arembergersluis. Sindsdien is de naam van het hotel veranderd in hotel Roskam. Inmiddels was in 1934 de tramlijn opgeheven en werd de nieuwe weg achter het hotel aangelegd - ook al omdat de doorgang langs het koetshuis vrij smal was. In deze periode werd ook op de plek van de veranda de nieuwe serre aangebouwd.

Na het overlijden van Neekus Roskam in 1941 werd de zaak voortgezet door zijn weduwe Ietske en zijn zoon Neekus Roskam jr.  In deze periode werd de grote bovenzaal verbouwd tot woning van Neekus jr. en zijn gezin.

Op 15 november 1948 overleed Neekus Roskam jr. en zijn vrouw Sjoukje Roskam-Glastra zette de zaak voort, totdat haar zwager Jaap Heetebrij in 1949 de zaak definitief overnam. Deze was oorspronkelijk onderwijzer en gehuwd met Saar Roskam, de oudste dochter van Roskam sr. Hij had altijd al een zwak voor het cafébedrijf en assisteerde reeds vele malen de familie op drukke dagen in het bedrijf.

Tijdens de periode Heetebrij werd een gedeelte van de oude paardenstal aan de achterzijde opgeofferd voor de uitbouw van een grotere zaal in 1953. Uiteindelijk verdween de familie Heetebrij weer naar het onderwijs en de zaak werd overgenomen door de heer Rozema uit Nieuw Amsterdam in 1956. In deze tijd was het niet erg druk in het hotelbedrijf.

Op 28 april 1970 werd het gehele pand verkocht aan de familie Jan de Vries. We schrijven nu 1988 en in de periode hieraan vooraf is het hotel onder de familie de Vries weer gaan opbloeien. Het aantal slaapkamers werd uitgebreid en de rest gemoderniseerd.

De heer De Vries was tot en met 2007 eigenaar van Hotel Roskam.

De tak van Gerrit Schrijver – Zwartsluis

Gerrit was het jongste kind geboren uit het huwelijk van Reindert Schrijver en Alberdina Hermes. Hij werd geboren 22 januari 1825 en groeide op in Vorchten. Gerrit woonde een tijd bij z’n broer Jan in huis op de boerderij "De Belten". Uit het ouderlijk huis in Werven (buurt onder Heerde bij Vorchten aan de IJssel, tegenover Wijhe) waren allen uitgevlogen. Moeder Alberdina was in 1854 naar haar zoon Hendrik op "Kolkenstein" in Terwolde (dorp onder Voorst aan de IJssel ten noorden van Deventer) vertrokken. op 14 januari 1860 trouwde Gerrit Schrijver met Niesje Mulder, geboren 4 mei 1837 te Nijeveen, op het Gemeentehuis van Nijeveen (Dr.) Het jonge paar betrok een boerderij op 't Kampereiland. Hier werden hun eerste drie kinderen geboren:

Reindert geboren 29 november 1860

Albert geboren 19 mrt. 1862 

Alberdina geboren 22 mei 1864

Het gezin vertrok 1 augustus 1864 uit Kampen. In Zwartsluis hadden ze het uit de elfde eeuw daterend hotel, genaamd "De Stad Groningen", gekocht. Het hotel droeg deze naam naar aanleiding van het overstappen van reizigers die van Amsterdam via de Zuiderzee per schip tot Zwartsluis gingen, daar overnachtten en dan verder trokken per postkoets naar de noordelijke provincies. Toentertijd was er aan het hotel ook een stalhouderij verbonden. Tot de dag van vandaag is de ruimte waar postkoets en paarden stonden nog geheel intact achter het hotel dat nu "Hotel Roskam" heet. In Zwartsluis werden nog vijf kinderen geboren:

Hillegje 10 augustus 1867, overleden 19.06.1868

Hendrik Jan 3 augustus 1870, overleden 9.04.1871

Hendrik Jan 14 september 1871

Gerrit 25 oktober 1873

Jan 15 mei 1876, overleden 28.01.1878

Zoon Albert vertrekt op 20-jarige leeftijd naar Assen en keert in 1887 uit Kralingen terug in Zwartsluis.  Albert komt thuis, Hendrik Jan vertrekt op 8 november 1887 naar Alkmaar. Ook Gerrit zegt op 16-jarige leeftijd Zwartsluis vaarwel. Op 26 september 1889 gaat ook hij naar Alkmaar. Van hieruit begon de "victorie" voor die twee broers. Ze hebben het in hun latere leeftijd wel gemaakt in het zilverstadje Schoonhoven, maar voor ze zich hier vestigden zouden ze nog in verschillende steden van ons land handelservaring opdoen.

Gerrit komt 18 april 1891 uit Alkmaar thuis en vertrekt 28 mei 1891 naar Arnhem. Op 3 september 1895 komt hij vanuit Amsterdam thuis en 27 december 1895 vertrekt hij weer naar 's-Gravenhage. Vader Gerrit overlijdt 4 augustus 1911. Zijn vrouw overleeft hem nog 17 jaar. Zij sterft 9 april 1928. De oudste zoon Reindert komt dan aan het hoofd van het hotelbedrijf, dat hij voortzet samen met zijn broer Albert en zuster Alberdina. Gerrit komt in 1909 uit Almelo thuis. Hendrik Jan had zich 28 februari 1914 definitíef in Schoonhoven gevestigd en 12 maart 1914 kwam Gerrit vanuit Tiel bij hem. Samen hadden ze een groot bedrijf gekocht; het bevatte een koffiebranderij, tabakskerverij en grossierderij in koloniale waren. Aan huis was een winkel in koloniale waren, waarin twee bedienden werkten. De grossierderij bevoorraadde alle winkels in wijde omgeving rond Schoonhoven.

De heren Schrijver bewoonden een patriciërshuis en aangebouwd het zakenpand. Het gehele pand is nog in de oorspronkelijke staat en is gelegen Lopikerstraat 16 in het centrum. De familie in Zwartsluis dacht er sterk over het hotel te verkopen en plaatste de volgende advertentie in de Oude Zwolse Courant van 17 augustus 1916:

De Schrijvers hadden de schaapjes op het droge! Moeder Niesje was 79 jaar, Reindert 56, Albert 54 en Dina 52 jaar toen ze stil gingen leven. De familie Ter Haar uit Nijeveen heeft het hotel gekocht. De familie Schrijver bleef Zwartsluis trouw en ging wonen op een steenworp afstand van het hotel, naast Thorbecke, familie van de grote staatsman. Reindert overleed 8 mei 1933, Albert in 22 mei 1937, Alberdina in 18 februari 1942 en Gerrit overleed 30 mei 1939 in Zwartsluis. Hendrik Jan overleed 9 november 1942 in Schoonhoven. Met het heengaan van deze laatste is de tak van Gerrit Schrijver uitgestorven. Zijn kinderen zijn allen ongehuwd gebleven, dus zijn er geen nakomelingen. In Zwartsluis draagt een huis de naam "Skrievers laandtien", naar een stukje land in het dorp dat die naam droeg en waarop de bungalow is gebouwd. Alles heeft een bestemde tijd, daar is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven...

*Dit artikel is afkomstig van de Historische Vereniging Zwartsluis en heeft eerder gestaan in de Sluziger Kroniek van maart 1992. 

Reacties