Verhaal

Barend Vinke, vergeten slachtoffer van het verzet.

Wie was Barend Vinke? Hij werd geboren als jongste van negen kinderen in het gezin van Barend Vinke en Harmpje v.d.Steeg, op 25 november 1924, in het Klein Lageland. Na de school te hebben doorlopen werkte hij enige tijd bij de kruidenier Potman in het Buitenkwartier. In het kader van de Arbeitseinsatz werd hij in Duitsland te werk gesteld.

Toen hij een kort verlof kreeg, keerde hij niet naar Duitsland terug, maar dook onder. Hij raakte betrokken bij een verzetsgroep en werd verraden. Via het kamp ín Amersfoort werd hij getransporteerd naar het concentratiekamp Wöbbelin. Dit was een zogenaamd "Aussencommando", d.w.z. een soort dependance van een groot 'kamp; in dit geval van Neuengamme ten Oosten van Hamburg. Wöbbelin ligt in Mecklenburg, dicht bij de stad Ludwigslust. Het kamp was niet groot, maar de toestanden waren er niet minder verschrikkelijk zo niet erger dan in Neuengamme. Hoe erg kunt U lezen in het verslag dat de Commandant van de B2-ste Airborne Division, generaal-majoor James M.Cavin, heeft geschreven bij de bevrijding van het kamp. We hebben deze tekst uit het Engels vertaald en laten die nu volgen:

NIEUW KAMP DER VERSCHRIKKING VAN DE NAZI'S ONTDEKT

Een der verschrikkelijkste concentratiekampen der Nazi's werd door geallieerde troepen ontdekt en bevrijd in Wöbbelin, een kleine stad in Duitsland, vijf mijl verwijderd van Ludwigslust en 90 mijl ten Noordwesten van Berlijn. Soldaten van drie geallieerde eenheden - de B2-ste Airborne Division, de B5-ste infanterie divisie van het negende leger der V.S. en de luchtlandingstroepen van het tweede Britse leger - trokken het kamp binnen en vonden er zieke, uitgehongerde bewoners, nauwelijks overlevend in een onbeschrijflijke toestand van smerigheid en vuilnis.

Ze vonden honderden dode gevangenen in een van de gebouwen, terwijl buiten, op een veld er nog honderden werden gevonden in haastig gegraven putten. Eén massagraf bevatte 300 uitgemergelde, verminkte lichamen. Onder de doden waren Polen, Russen, Fransen, Belgen, Nederlanders en Duitsers, die allen als slavenarbeiders hadden gewerkt voor de Nazi's. Sommige der gevonden lichamen waren zo verbrand dat ze niet te identificeren waren en systematische mafteling bleek uit de physieke toestand der meeste gevangenen. De officieren van het militair bestuur bevalen ogenblikkelijk dat de leidende figuren van het nabijgelegen Ludwigslust en andere plaatsen door het kamp moesten lopen om getuige te zijn van de wreedheden begaan door de vertegenwoordigers van de Duitse regering. De meeste burgers ontkenden iets te weten van het bestaan van de kampen, ondanks het feit dat velen der gevangenen in de streek werkten.

De plaatselijke bestuurders werd later gelast de lichamen uit de massagraven van het kamp te herbegraven en te zorgen voor een gepaste, behoorlijke begrafenis voor alle overleden gevangenen. Tweehonderd werden er begraven in het openbare plantsoen van Ludwigslust op 7 mei 1945 en een gelijk aantal in de tuin van de hoogste nasibeambte van Hagenow. Nog eens tachtig werden begraven in destad Schwerin".

Barend Vinke overleed op 19 april 1945, dus vlak voor de bevrijding. In de registers van de Burgerlijke Stand van Zwartsluis is het niet geregistreerd hoewel het bericht van zijn overlijden Nederland spoedig heeft bereikt. Dit wordt bewezen door onderstaande advertentie in een krant, waarvan ons de naam niet bekend is:

Heden bereikte ons het ontstellende bericht dat onze beste vriend, tijdelijk huisgenoot en medestrijder in de K.P. Linie Westgroep R. de V.

BAREND VINKE

7 dagen voor de vrijheid, in het concentratiekamp aan de doorgestane ontberingen is overleden. Hij viel als Nederlander in den strijd tegen onzen vijand. Wij zijn ervan overtuigd dat zijn heengaan vrede was.

P.Klijnsma : A.Klijnsma-Niimeyer:Jaapje, Dina en Pietje

Dit artikel kwam tot stand dank zij de informatie verstrekt door de heer C. Vinke te Arnhem en de beide zusters van Barend: mevr. Joh.Vinke en mevr. F. Mulder-Vinke, beiden te Zwartsluis. Onze harteliike dank. ln deel 10-llb van het werk van Dr. Lou de Jong "Het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog" pagina 836-839, staan meer gegevens over het kamp in Wöbbelin.

Gegevens over Ceneraal-Majoor James M.Cavin: tn íg+: was hij op 35-jarige leeftijd de jongste U.S.-generaal. Op 21 oct. 1944 kreeg hij zijn tweede generaalsster en werd op 37-jarige leeftijd generaal-majoor bij zijn divisie. Hij werd geboren op 22 maart 1907 te New-York en is op B2-jarige leeftijd op 23-Íebn1 990 overleden in een verpleeghuis te Baltimore.

Reacties